Je bekijkt nu Dag 40: naar Chablis

Het is alweer dag 40! Vandaag een korte tocht naar Chablis; circa 15 km. De weersverwachtingen voor vandaag en de komende twee dagen zijn heel slecht en ik besluit een rustdag in Chablis in te lassen. Het weer valt erg mee vandaag. Onderweg ontmoet ik Frans, een pelgrim uit Den Bosch, en we lopen samen naar Chablis. Frans is niet happy. Hij overweegt om te stoppen en vraagt wat ik er van vind. Ik vraag hem wat hij hoopt van mij te horen. Hij reageert door te vertellen dat hij moeite heeft met de eenzaamheid, dat hij zijn vrouw mist,dat hij vreselijke  last heeft van zijn voeten en dat hij het vuur mist waar hij zo veel mensen over hoort (“de vlam brandt niet bij mij”). Hij zegt ook dat hij zijn vrienden die hem volgen niet wil teleurstellen. Als ik hem zeg dat hij deze tocht toch niet voor zijn vrienden loopt, lijkt hij opgelucht. We lunchen in Chablis en wisselen telefoonnummers uit. Die avond krijg ik van Frans bericht dat hij stopt en dat zijn vrouw hem zaterdag in Vezelay komt ophalen. Verstandig en hij heeft dan wel bijna 1000 km gelopen! Als zijn vrienden daar niet trots op zijn, zijn het geen echte vrienden.

Ik zit in een gîte midden in het centrum in een oud pand met wenteltrap, in de torenkamer (zie hoofdfoto). Een heerlijke kamer met een soort hemelbed en ……..een bubbelbad!

Yes, een heeeerlijk groot bed!

 

Die middag, ik heb net mijn bubbelbad vol laten lopen, wordt er op mijn deur geklopt.

En……yeeeeeeh een bubbelbad!!!

 

Als ik open doe staat er een pélerine voor de deur, die de kamer onder mij heeft en van het meisje van de gîte gehoord heeft dat er een pelgrim op de etage boven haar zit. Ze vraagt of ik later die middag met haar een glas wijn wil gaan drinken.  Eigenlijk wil ik drie uur in mijn bubbelbad gaan liggen, maar,  allez!, niet onaardig doen.  Ik zeg toe dat in over een uur op haar deur zal kloppen. Zo gezegd zo gedaan en om 17:00 uur zitten we in Bar Chablis (de eigenaar heeft een bureau ingehuurd om deze naam te bedenken). Gaby komt uit Kiel en zit tussen chemo en een operatieve ingreep in en draagt een hoofddoek. Het lopen maakt haar rustig en bevordert in haar waarneming het herstel. Zij is een echte loper en vertelt dat zij inmiddels door de jaren heen allerhande routes (meer dan 6000 km) in Frankrijk gelopen heeft. Zij blijkt ook zeer belezen en kent veel NL literatuur; Mulisch, Geert Mak en Adriaan van Dis. Een lieve en interessante vrouw. Morgen loopt zij verder naar Vezelay; daarna gaat ze naar huis voor de operatie. Heftig! Ik zal voor haar duimen.

Even later: wie duikt daar op? Harry! Ik vraag hem hoe hij dat geflikt heeft; hij is immers een dag na mij vanuit Troyes vertrokken. Het blijkt dat Harry in Eaux Puiseaux gelogeerd heeft, nota bene in het hotel Le Caré Long van mijn grote vriend Philippe Bonnet. Die man is echt rijp voor opname, want Harry kreeg als hotelgast te horen dat het restaurant  dicht was. Wat een idioot!

Harry laat trots zijn  nieuwe schoenen zien en vertelt verder dat hij op 8 mei, toen ik welhaast in de zomp omkwam, zich door de werkster van Bonnet naar Chablis (50 km verderop) heeft laten rijden. Dat is nog eens tactisch pelgrimeren! We eten samen; gezellig. Harry blijft tot zondag in Chablis. Ik ga zaterdag door.

Ik maak voor morgen een afspraak met de barbier. Ik begin te veel op kabouter Plop te lijken! Morgen weer een gladde en wilskrachtige kaak!