Je bekijkt nu Dag 50!

Allereerst een mededeling: voor wie dit nog niet wist: je kunt per e-mail (berend@itsalongway.nl) berichten aan mij sturen over mijn tocht. Ik vind alles wat je stuurt leuk, zolang het maar niet over werk, politiek, religie, migratie, klimaatverandering en korfbal gaat! Ik kan niet beloven dat ik zal reageren, want de Camino vraagt veel tijd en aandacht, maar zal wel mijn best doen daarvoor tijd te vinden.

Na gisteren (7 weken) weer een soort jubileum: 50 dagen onderweg. Best lang eigenlijk. Maastricht en Reims lijken een eeuwigheid geleden.

De nacht was sub-optimaal (to put it mildly); het was erg koud (geen verwarming bij een buitentemperatuur van 7 graden) en de aanhoudende worsteling om mijn lakenzak tussen mij en het vieze dekbedje te houden en het gemompel van de bedwantsen maakten dit tot een onrustige nacht. Ik heb wel wat geslapen maar het ontbreken van gordijnen had tot gevolg dat ik al vroeg klaarwakker was. Mijn tijdelijke huisgenoot Antoon was ook al vroeg aan het rommelen. Hij kan in zijn fietstassen een jaloersmakende 23 kilo bagage meenemen! En dat doet hij ook. Ik maar 10 kilo (inclusief gewicht van de zak zelf) en daar komt dan nog bij: 2.5 kg water en zeker 1.5 kg eten (brood, kaas, pinda’s, chocolade repen, bananen) omdat je gewoon niet weet wanneer je ergens iets te eten kunt krijgen.

Ik ben dus ook maar opgestaan en mijn spullen bij elkaar gaan rapen. Gezien de bacteriologische staat van de douche-cabine was douchen echt geen optie, dus ik diende mij te beperken tot wat haastig gepoedel met koud water boven een viezige wasbak. Ze zeggen dat een varken, als het een paar weken in het bos wordt achtergelaten, zich als een wild zwijn gaat gedragen. Zou die regel ook voor mensen gelden?

Ik eet twee croissants die ik gisteren uit Corbigny heb meegebracht met Emmenthaler (woensdag in Vezelay gekocht) met daarbij een kopje thee (theezakjes weken geleden meegeratst van een ontbijtbuffet ergens onderweg). Antoon is inmiddels klaar om zijn hele hebben en houden aan, op en tegen zijn fiets te sjorren en is even na acht uur op pad. Niet veel later hijs ik mijn rugzak op mijn rug en luister ik weer naar het ritmische getik van mijn trekking poles. Vandaag slaan zij de maat op “Et Maintenant” van Bécaud. Dat lied zit soms dagen in mijn hoofd in een soort ritmisch/ symfonische  uitvoering.

Vandaag loop ik een kleine 20 km naar Prémery. Het probleem blijft dat je de etappes moet baseren op beschikbaar onderdak. Ik had graag iets verder gelopen, maar dan moet je door naar de volgende plaats waar logies beschikbaar is, en dat is Guérigny 17 km verderop. Een afstand van 37 km is voor mij echt geen optie. Prémery lijkt ook wel wat te bieden te hebben aan restaurants. In het boekje dat ik in Vezelay heb gekocht zijn niet minder dan vijf restaurants genoemd, met de mededeling bij allemaal dat ze zondag dicht zijn. De  titel van het boekje is overigens “Miam Miam Dodo”; dit bedenken ze alleen in Frankrijk! In NL zou je toch geen boekje uitgeven met de titel: smulsmul slapie. Of toch?

Onderweg loopt er een prachtige jonge Duitse herder met me mee. Langs een D weg met regelmatig idioot hard rijdende auto’s. Ik probeer hem steeds met strenge woorden weg te jagen of althans te bewegen weer naar zijn baasje te gaan. Lukt niet echt. Hij heeft geen halsband en ik geen lasso, dus weer een eind teruglopen met de hond achter me aan. Als we bij zijn tuin zijn duw ik hem naar binnen en sluit het hek. Het knaagt toch een beetje. Niet dat Erzja en ik om een hond verlegen zitten, maar je voelt je toch ergens vereerd dat zo’n hond jou uitkiest. Dat sentiment moet ik echter om tal van redenen terzijde schuiven.

Is hij knap of niet?

 

Ik heb inmiddels een hechte relatie met koeien – dat is inmiddels bekend – en verlies veel tijd met het maken van praatjes met koeien. Dat is niet iets waar de lezers van mijn blog zich zorgen over hoeven te maken. Ik heb soms, als volstrekt solitaire pelgrim, behoefte aan een beetje contact.

Goedemorgen dames, wat gaan we doen vandaag?

 

De hele dag miezert het. Hoe verder ik zuidwaarts kom, hoe slechter het weer. In april, in Nederland en België en tot en met Reims, schitterend weer. Daarna wisselvallig (met echt verschrikkelijke kou, aanhoudende regen en snijdende wind maar ook met een paar mooie dagen) en voor de komende 10 dagen is de voorspelling persistent?!

Ik ging er steeds van uit dat ik inmiddels in korte broek zou lopen, maar dat zou ronduit suïcidaal zijn. Hopelijk verandert het weerbeeld snel.

De tocht is verder niet zo spannend vandaag. In Prémery is inderdaad alles dicht, inclusief de “Petit Casino” (kleine supermarktjes in dorpjes) maar dat lijkt meer permanent. De bar-tabac, het café “Le Bienvenue”, noem het maar op; potdicht. Een golf van intens geluk stroomt door me heen als er een tentje open is (en ook vanavond open zal zijn). Coca zero en Perrier eerst en dan kies ik de hamburger om mijn innige band met koeien te onderstrepen (moet ik misschien daarom vegetariër worden?). Koffie, en dan naar “Relais des Pélerins” waar ik een kamertje boven de gelagkamer krijg. Wederom een groot bed (voor mij) en een klein bed (voor de rugzak). De man is wel een entrepreneur. Aan de gevel kun je zien dat deze uitspanning tot voor kort “Relais des Routiers” heette, maar er komen denk ik tegenwoordig meer pelgrims dan vrachtwagens langs.

Morgen hoop ik Nevers te bereiken (28 km) dus vroeg op!