Je bekijkt nu 29 May – Finding my way back to the Camino
Palacio de Gaudí

For an English version, please scroll down Na twee dagen met Erzja in Zamora, de reis, via Madrid en Valencia, met trein en bus terug naar Jávea waar ik op 10 april mijn Camino begon. Op maandag 23 mei vlogen we naar Amsterdam voor de uitvaart van mijn zwager Carel op 25 mei. Het was een emotioneel weerzien met mijn zuster José en haar dochters en kleinkinderen en een ontroerend afscheid van Carel. Op 26 mei weer terug naar Valencia en naar Jávea om de rugzak weer in orde te maken en als ik dit schrijf, op zondag 29 mei, zit ik op het station in Valencia te wachten op de trein naar Madrid. Er is dan geen aansluiting meer op de bus naar Astorga, dus dat komt morgen.

Het was een vreemde en onwerkelijke periode. Het geeft wel aan hoezeer je tijdens een Camino in een bubbel zit. De afgelopen week was bijna surrealistisch en het was alsof ik in een soort schemerzone was. Dat kwam natuurlijk door de combinatie van het vele gereis (maar, ja zeg, dat was ik in mijn periode als advocaat wel gewend, toen ik het Afrikaans continent in alle richtingen doorkruiste!) en de emotie die ontstaat als je afscheid neemt van een dierbaar lid van de familie die je al zo lang(62 jaar!) kent, maar vooral ook door de plotselinge extractie uit de Camino bubbel.
Mijn lieve Erzja heeft mij vanochtend op de bus naar Valencia en met zachte hand weer terug richting de bubbel geduwd.
In Astorga hoop ik Wally te treffen met wie ik in 2019 in Frankrijk een aantal dagen gelopen heb en de Pyreneëen ben overgestoken. Het plan is om gezamenlijk het laatste stuk naar Santiago te lopen.
Vanuit Astorga is het nog circa 264 kilometer naar Santiago. Als ik Santiago aankom zit er nog een gat van circa 160 kilometer (de Via de la Plata vanaf Zamora naar Astorga) in mijn Camino. Dat is goed voor een week lopen, in oktober!

After two days with Erzja in Zamora, the trip back, via Madrid and Valencia, with trains and bus, to Jávea where I started this Camino on April 10th. On Monday 23 May we flew to Amsterdam for the funeral service for Carel, my brother in law, on 25 May. It was an emotional get together with my sister and her daughters and grandchildren and a touching farewell to Carel. On 26 May we flew back to Valencia and returned to Jávea to reinstate my backpack and when I write this, on Sunday 29 May, I’m at the Valencia railway station, waiting for my train to Madrid. As there is no connection with a bus to Astorga today, I will stay the night in Madrid and take a bus to Astorga tomorrow.

It was a strange and unreal period. It shows to what extent you’re living in a bubble when doing a Camino. Last week was almost surrealistic and it was like I was in a twilight zone. This was of course the result of the combination of the complicated travel arrangements (but, hey, during my lawyer’s life I was used to that, having crossed the African continent in all directions) and the emotions which arise if you have to say farewell to a dear family member which you have known for so long (I’ve known Carel for 62 years), but the sudden extraction from the Camino bubble will have played a significant role as well.

My dear Erzja dropped me off at the bus station in Jávea this morning and softly pushed me back in the direction of the bubble again.

In Astorga I hope to meet up with Wally, with whom I hiked a couple of days in France in 2019 and crossed the Pyrenees. The idea is to walk to Santiago together. From Astorga it’s about 264 kilometers to Santiago. After my arrival in Santiago, there will be a hole of about 160k (the Via de la Plata from Zamora to Astorga) in my Camino. That equals a week’s walking; in October!