Na de zware tocht van 26 km gisteren, staat er voor vandaag een etappe van bijna 30 km op het programma. Naar Sarria, opstappunt voor de kwalijkste der nep-pelgrims: de 110 km pelgrims. Wie van Sarria naar Santiago loopt en in zijn/haar Credencial voor iedere dag twee stempels verzamelt krijgt het pelgrimscertificaat. Alsof je het Elfstedentocht-kruisje krijgt als je de laatste 10 km met de keukenstoel schaatst.
Bij het ontbijt ontmoet ik Tito, een Italiaan die al bijna 40 jaar in de USA woont. Hij is ongeveer mijn leeftijd, schat ik. Ik zeg tegen hem “una matina mi sono alzato”, de eerste regel uit Ciao Bella Ciao. Hij reageert meteen en we schallen samen twee coupletten. Leuk!
We starten gezamenlijk de etappe van vandaag. Als hij vraagt wat ik doe en hem vertel dat ik advocaat ben, roept hij verheugd “I’m a lawyer too”. Hier zat ik op te wachten, zeg! Het wordt nog erger als hij voorstelt “war stories” uit te wisselen. Daar heb echt in het geheel geen trek in. Ik mompel wat in de zin dat ik uitsluitend transacties doe die niet echt tot war stories leiden (first big white lie) en dat ik voorts wegens gedragsregels niets mag vertellen (second big white lie). Dit is voor hem het teken om volledig los te gaan. Bedacht moet worden dat de man, na 40 jaar in de US gewoond te hebben, nog steeds met een accent spreekt alsof hij opteert voor een bijrol in Godfather 4. Hij zegt dingen als “I ghava dies kaysa” (I have this case). In het begin wel grappig, maar na een tijdje wordt het toch wel knap irritant en het probleem met Tito is dat hij van geen ophouden weet. Hij blijft maar doorlullen over zijn zaken, die mij echt geen bal interesseren. Daar komt bij dat hij, als ik eens een keer – meer uit beleefdheid- iets terug zeg, meteen een grapje lanceert om het woord weer naar zich toe te trekken. De man is zo gek op zijn eigen stemgeluid dat hij iedere interruptie (door stilte of door het geluid van de stem van iemand anders) van zijn gebazel als buitengewoon storend ervaart. Ook als ik in het geheel niet reageer op zijn verhalen, schakelt hij naadloos door naar zijn volgende “kaysa” waarin hij, uiteraard in een volstrekt kansloze zaak die hij eigenlijk niet wilde aannemen, toch weer dankzij een onwaarschijnlijke trouvaille of ongekende spitsvondigheid zegeviert. Zóó vermoeiend!
Ik schat in wat de pakkans is als ik hem ombreng c.q. welke verzachtende omstandigheden ik zou kunnen pleiten als ik gepakt zou worden. Ik besluit het risico te nemen en wil net de daad bij het woord voegen als we door Fanja worden ingehaald. Zij lacht vriendelijk naar Tito als ze zich bij ons voegt. Hij ziet Fanja als een welkome uitbreiding van zijn publiek en richt zich nu primair tot haar. Als het pad wat smaller wordt laat ik mij strategisch terugvallen. Pffff, ik zit in ieder geval geen eerste rang meer!

De tocht is overigens erg mooi. Onderweg ook nog de meest gefotografeerde boom van de Camino, een meer dan 100 jaar oude kastanje.

Er zijn een paar steile klimmetjes en ik verlies daardoor Tito (die alleen een kleuter rugzak van 2 kilo heeft) en Fanja (die gewoon heel sterk is) uit het oog. Als ik ze weer tegenkom bij een café zie ik aan Fanja’s gezicht dat zij ook moordplannen heeft. Maar we komen niet van hem af. Tot overmaat van ramp blijkt hij in hetzelfde hotel te zitten als ik!
Omdat Fanja al zaterdag in Santiago wil zijn, is dit echt de laatste dag dat we samen lopen en ik nodig haar uit om op het terras van mijn hotel te komen eten. Natuurlijk worden we door Tito ontdekt en schuift hij bij ons aan. Beetje lastig om hem af te wijzen als hij vraagt of hij erbij mag komen zitten. Hij blijft praten. En ik laat me uit mijn tent lokken. Als hij te grote legal bullshit uitkraamt, reageer ik daarop met precies die kwalificatie. En, ja hoor, er volgt een discussie tussen hem en mij. Iedereen begint glazig te kijken en vertrekt. Groot gelijk! Wie heeft daar zin in. Ik ben boos op Tito, maar vooral op mezelf dat ik de discussie ben aangegaan.
De avond is verpest. Ik sta ook op en zeg dat alleen de parasol nog in zijn verhalen geïnteresseerd is. Hij kijkt verbaasd. Ik geef het op.
De les? Ik had natuurlijk aan het begin van de tocht, toen ik doorhad hoe graag hij praat, duidelijk en beleefd moeten zeggen dat ik niet de Camino loop om naar zijn verhalen te komen luisteren, en afscheid moeten nemen in plaats van in gedachten gedetailleerde moordplannen uit te werken. Weer wat geleerd.
Morgen de laatste loodjes. Ik ga morgen een korte etappe doen naar Mercadoiro, slechts 18 km. Ik zal dan het punt markeren dat aangeeft dat het nog maar 100 km is naar Santiago. Ik verheug me erop om morgen weer alleen te lopen, ofschoon ik Fanja’s vrolijke gezelschap zal missen.

