Je bekijkt nu 23 juni: hoe het toch nog een dolle boel werd in Gaillères

Het is héél vroeg op zondag, namelijk 07:30 uur, als ik gezadeld met mijn rugzak, met extra veel water, op pad ga richting Gaillères. Dat ligt dik 27 kilometer verderop en ik heb nog geen onderdak kunnen regelen. Als ik vertrek is het 16 graden, maar er is 36 graden beloofd en dat wordt het later op de dag ook.

Ik voel me superfit en de weg gaat door het bos. Dat betekent veel: schaduw, zachte ondergrond, heerlijke luchten van het bos en mooie uitzichten. Ik heb er goed de vaart in, want ik wil graag omstreeks 12:00 uur in Roquefort aankomen. Ik hoop daar te lunchen en, zonodig, eten voor vanavond te kunnen kopen. Via Booking reserveer ik bij hotel Au Coeur des Landes in Gaillères. Dat heeft een restaurant waarvan vermeld staat “ van maandag t/m vrijdag alleen ‘s-middags open”. Ik interpreteer dit aldus dat het restaurant in het weekend ook in de avond open is. Niet veel later krijg ik een mail van het hotel met het verzoek te bellen. Ik doe dat braaf en krijg dan te horen dat (1) ik bij aankomst dit nummer weer moet bellen zodat men mij kan uitleggen hoe ik binnenkom en (2) het restaurant gesloten is, maar (3) dat men een maaltijd in de ijskast zal zetten die ik dan in de magnetron kan opwarmen. Ook best; in ieder geval hoef ik dan in Roquefort geen eten te kopen en mee te sjouwen op deze snikhete dag.

Zoals gezegd, ik ga voortvarend van start dankzij de mooie weg en scheur als een TGV door de omgeving richting Roquefort. Ik kom op schema aan en nestel mij op een terrasje. Daar kan slechts wat gedronken worden en er zijn geen restaurants die vandaag open zijn. Tsss…… ! Er is wel een supermarktje tegenover het terras en daar koop ik een banaan, een in plastic verpakte sandwich en een klein flesje wijn (voor vanavond).

Een pelgrim stinkt. Dat is een zekerheid, net als de dood en belasting betalen. Ik douche twee maal daags, bespuit mij overvloedig met deodorant en was mij kleren, maar ook deze pelgrim stinkt. En het erge is dat ik het weet. Dat wordt versterkt door bedenkelijke blikken van de andere mensen op het terras. Als ik dan ook nog eens mijn schoenen uittrek, geldt direct Code Rood voor het ganse terras. De waard ziet mij liever gaan dan komen, omdat hij verdrietig is als hij trouwe klanten in ademnood ziet, maar ik doe net alsof er niets aan de hand is en bestel nog een coca zero. Ik denk wel dat alle kleren, en vooral mijn sokken en schoenen, na terugkomst in hermetisch gesloten loden vaten moeten worden afgezonken in een zoutmijn of de Stille Oceaan.

Na de lunch moet ik nog 9 km, maar helaas gaat dit uitsluitend over asfalt. Zinderend asfalt dat mijn voetzolen echt stooft. Het gaat dan ook erg langzaam met veel drinkpauzes. In Bostens staat een kruis waar mensen steentjes gelegd hebben voor  familie of vrienden die hen zijn ontvallen. Voor mijn zusje Bonny, die bijna 9 jaar geleden veel te jong gestorven is, leg ik er een steentje bij.

Steentje voor Bonny

 

Even verder is een bankje onder een boom. Ik las een drinkpauze in, maar voor ik mijn rugzak heb afgetakeld komt er een man met ontbloot bovenlijf en een heggeschaar uit een tuin en roept dat er naast de kerk een “halte pélerin” is. Hij brengt mij naar een deur en, verrek, daar is een huiskamertje met een tafel met stoelen, een ijskast, koffiezet- apparaat, waterkoker, koffie, thee, een koektrommel en flessen met koud water in de ijskast. En…… belangrijkste asset: koelte en koude vloertegels. Ijskoud water drinken en de blote voeten op de koude tegels. Wat heerlijk!

De sublieme halte pélerin in Bostens

 

Daarna is het nog maar 3 km naar Gaillères, maar in die drie kwartier lopen op asfalt zijn mijn voeten weer op het kookpunt. Bij het hotel aangekomen bel ik de mevrouw en vind ik de sleutel naar een prima kamer, met in de ijskast een maaltijd. Voorgerecht, hoofdgerecht en toetje en …….een karafje rode wijn. OK, voor nop een flesje meegesleept over het brandend asfalt, maar misschien komt die ook nog wel op. Ik vind echt bijna alles lekker. Wat ik echt niet weg krijg is inktvis, in welke vorm ook en hoe ook bereid. Vaak geprobeerd, maar inktvis trek ik gewoon niet. Het hoofdgerecht is couscous met inktvis. De couscous eet ik (voor en toe ook) maar de inktvis gaat meteen op een bordje met plastic afgedekt terug in de ijskast.

Op het terras staan opgeklapte tafeltjes en stoelen, allemaal met kettingsloten aan elkaar geklonken. Het lukt mij een tafeltje uit te klappen; ik sleep een stoel uit mijn kamer het terras op. Nou ja, opeens werd het in Gaillères een dolle boel. Zie de video hieronder.

4431BC7B-D716-426F-9F94-D75C9D84F63B

U begrijpt, het bleef nog lang onrustig in Gaillères, waar men nog geruime tijd zal napraten over zoveel onverwachte gezelligheid op een willekeurige zondagavond.

Na al deze feestelijkheden leg ik mij na een zware dag te ruste. Morgen 23 km naar Mont de Marsan. En het wordt ook morgen weer warm!