Je bekijkt nu 26 juni: Tedje van Es, Cujo en de Gezant van de Kardinaal

Vandaag gaat de reis van Audignon naar Beyries. Het is een vrij lastige planning omdat er simpelweg niet veel aanbod aan onderkomen is. Maar in Beyries heb ik mij verzekerd van een plek in de Accueil Municipal. Vast heel leuk.

Onderweg kom ik door Horsarrieu waar echt een prachtig kerkje staat.

Het kerkje van Horsarrieu

 

Even verderop is café Chez Milou. Het ziet er erg gesloten uit, maar waarempel men is open. Een oudere dame komt uit de coulissen. Als ik “bonjour Milou” zeg moet ze erg lachen. Ze schenkt (hele vieze) koffie, opgewarmd in een pannetje, en gewone cola maar wil ook best een foto van mij maken voor de kerk. Aldus geschiedde.

Uw verslaggever voor meergenoemd kerkje

Niet veel later loop ik over een zandweg. Een karrenspoor eigenlijk. Links van de weg staat een soort oude woonwagen met een grenzeloze hoeveelheid troep er omheen. Oude autobanden, bouwmateriaal, een weggeroeste kruiwagen en nog zo wat. Rechts van het weggetje is een terreintje waar een soort Tedje van Es in een singlet een oude tractor aan het repareren is.

Als ik langs de oude woonwagen loop, vliegt er opeens van onder de woonwagen een soort hellehond tevoorschijn. Het is de meest gore pitbull ( maar ook de grootste!) die ik ooit heb gezien. Type Cujo, voor wie de film gezien heeft. Bloeddoorlopen ogen, gele tanden en het schuim staat op zijn bek. Zijn kaken missen mijn kuiten op een centimeter, maar ik voel spatten van zijn smerige kwijl op mijn benen. Het is aan de ketting waaraan hij vast zit te danken dat ik dit kan navertellen. Ik spring een meter verticaal de lucht in van de schrik en geef het mormel een harde klap met mijn stok. Als ik zie dat hij echt niet dichterbij kan, geef ik hem nog een paar klappen met mijn stokken. Ik ben ook echt razend op dit klotebeest!

Maar nu is Tedje ook razend op mij. Hij komt op mij af met een venijnig gezicht, in zijn kraaloogjes een onaangename blik en in zijn hand een moersleutel van 40 cm. Hij schreeuwt: “Qu’est ce que tu fait avec  le chien?” en komt dreigend op mij af. Ook zonder rugzak ga ik het niet redden tegen dit soort lieden. Ik zie dan een gouden kruis om zijn nek; veel te groot natuurlijk en aan een veel te zware ketting. Maar de ingeving is daar en -echt ook tot mijn eigen verbazing- hoor ik mijzelf zeggen in een soort geaffecteerd Frans, maar met rollende “r” het volgende zeggen:

Arretez monsieur et soyez tranquille. Je suis Le Pèlerin Envoyé de Son Grâce Monseigneur Le Cardinal de Vezelay. Je suis sous La Protection   Totale, Entière, Parfait, Sacrée et Sublime de Son Éminence. Si vous ne restez calme, je va téléphoner la police et ca veut dire l’execution immédiate de votre chien. Et pour vous je ne sais pas. Mais, pas de cadeaux j’en suis sûr.”

Ik schrijf de woorden met veel hoofdletters omdat ik deze ook  uitsprak met hoofdletters, althans in mijn hoofd.

Om mijn woorden kracht bij te zetten, wijs ik plechtig naar mijn zegelring en zeg, terwijl ik veelbetekenend naar mijn ring kijk en mijn linkerhand langzaam omhoog breng, palm naar beneden:

Voici Le Cachet

Het leek er even op dat hij mijn ring wilde kussen, maar dan was hij toch weer te dicht in mij aura gekomen. Bovendien wist ik zo gauw niet wat “kneel peasant” in het Frans is.

Tedje kijkt mij aan. Ik geloof dat hij een godvruchtig man is en in de gaten heeft dat hij met een prelaat van betekenis te maken heeft. Vervolgens geeft hij zijn hond zo’n onwaarschijnlijk harde doodschop dat laatstgenoemde ruggelings weer onder de woonwagen vliegt en daar keffend blijft liggen.

Hij roept triomfantelijk: “Et voilà!”. Ik knik goedkeurend. Als het anders gelopen was, had ik die schop gekregen. Ik hoop dat hij die hond zwaar en blijvend lichamelijk letsel heeft toegebracht. Inoperabel ook.

Ik vind het tijd om mij uit de voeten te maken en zeg plechtig:”Malgré tout, monsieur, je vous souhaîte un bon après-midi”. Tedje maakt een soort buiging (I like that!) en ik vervolg mijn weg. Ik hoop dat mijn knikkende knieën niet te horen zijn. Als ik even later op mijn telefoon kijk, zie ik “no service”. Hoe slecht had dit af kunnen lopen!

Naar Beyries is het 22 km. Het blijkt een feest- en vergaderzaal te zijn. Zie hoofdfoto. Daar heeft men voor een deel een gordijn gespannen met daarachter 7 bedden (type opvang na vulkaanuitbarsting).

De opvang in Beyries

 

De Salle Municipale

Het is snikheet. Ik heb onderweg eten gekocht (baguette, kaas en rillette de canard, plus een half flesje Pontet Canet; voor de duidelijkheid en ter voorkoming van praatjes over mijn drankzucht: een half flesje is 0.375 liter).  Ik sleep een kleine vergadertafel en een klapstoel naar buiten en zo zit ik even later in mijn boxershort (daarom geen video) op de Place de la Mairie aan die tafel mijn baguette te eten en van de Pontet Canet te genieten.  Gelukkig word ik niet gearresteerd voor naaktloperij in dit piepkleine dorp.

Uiteraard ben ik ook hier weer de enige pelgrim!

Maar er is goed nieuws. Wally heeft, na een rustdag vanwege een probleem met haar rechtervoet, besloten de bus naar Orthez te nemen. Ik kom daar morgen aan en dan kunnen we mogelijk gezamenlijk verder lopen.